Leef jij een vurig leven?

Iedereen die me een beetje kent weet dat ik van vuur houd.

Mijn geheugen vertrouwend, weet ik dat ik vanaf het tweede jaar van de kleuterschool lucifers bij me had. Altijd. Tot de aansteker werd uitgevonden. Sindsdien heb ik een aansteker bij me. Altijd.
Ik heb zelfs een “adaptief-fikles-programma” voor de kleinkinderen: joy voor groot en klein!

In een meer volwassen deel van mijn leven ontdekte ik dat vuur één van de vijf basiselementen vormt. Het basiselement vuur staat op tal van plekken symbool voor transformatie.

Mijn moeder noemde me al vroeg “fikkiestoker”. En dat klopt: ik bén een fikkiestoker. Letterlijk.
En figuurlijk! Ik ben er namelijk van overtuigd dat in ieder mens tenminste een waakvlam brandt. De waakvlam van spirit en passie.

Naarmate ik dat beter begon te zien én te begrijpen, ben ik “olie op het vuur gaan gooien” waardoor spirit en passie oplaaiden! En waardoor hart en ziel in organisaties als vanzelf terugkeren na even weg te zijn geweest door zaken als Efficiency, Iso, Lean en ga zo maar door.

Samen met een aantal collega’s gooien we inmiddels dagelijks olie op het vuur: zowel voor individuele deelnemers als groepen. De laatste decennia is dat uitgegroeid tot een waarachtig beroep en is er ook een eigen “fik-les-centrum” waar we jaarlijks nieuwe collega’s opleiden.

Al dat vuurwerk staat ten dienste van transformatie van mensen en daarmee van organisaties om ervoor te zorgen dat zij zich in hun (werk)omgeving vrij én veilig voelen en dus hun beste beentje voor zetten. En bovenal: dat ze daaraan zelf erg veel plezier beleven.

Hart en ziel in organisaties zullen als vanzelf terugkeren na even weg te zijn geweest door zaken als Efficiency, Iso, Lean en ga zo maar door.

Harri M. Vermunt

In de Nederlandse taal komen tal van uitnodigingen tot een vurig bestaan voor, bijvoorbeeld: een vurige wens, een vurige minnaar, een vurig betoog, vurige liefde of een brandend verlangen. Ook kun je dingen horen als “De vonken vlogen ervan af” of “er werd er een verhitte discussie gevoerd!”. Kennelijk hoort vuur als vanzelfsprekend in het dagelijkse leven thuis.

Er is een grote groep mensen die niet “op fik-les hoeven”. Bij hen brandt het vuurtje van binnen nog volop. Zij hebben zich bewust of onbewust nooit zo genoodzaakt gevoeld om het innerlijke vuurtje te temperen.  Als je goed oplet kom je ze regelmatig tegen: op het werk, in de winkel, op radio of tv.

Denk bijvoorbeeld aan sporters die uitgeput en gesloopt over de streep strompelen en met een big smile en sprankelende ogen vertellen hoe gaaf het was.
Of muzikanten die, met lichtjes in de ogen, gepassioneerd staan te spelen, ook voor een soms bijna lege zaal: ze willen altijd spelen!
Denk ook aan kinderen die niet kunnen stoppen met vertellen over… over datgene waarvan ze zo sprankelend en zichtbaar genieten, ook al zijn ze de enige!
Wat ze gemeenschappelijk hebben: de twinkeling in de ogen als het gaat over hún passiegebied!

Je kunt je afvragen: als het dan zo natuurlijk is om het vuurtje in ons brandend te houden, waarom komen woorden als burnout, opgebrand en uitgeblust zo veel voor? Omdat we, metaforisch gezien, allerlei vuurremmende laagjes op onze waakvlam hebben liggen. Die laagjes gaan over “hoe het hoort”, “bescheiden doen”, “mezelf inhouden”, “dingen doen en laten voor de goede orde”, “bedekken onder de mantel der liefde” en ga zo maar door.

Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat het er om gaat een vurig leven te leiden en niet te investeren in een burn-out bevorderend bestaan. Hoe harder jouw vuurtje brandt, hoe blijer en gelukkiger jij je voelt!

Op het werk, thuis, onderweg of waar dan ook; het vuur wil gewoon branden. Dat is haar natuur.
In een vorige column beschreef ik de volgende uitnodiging: ”Life is about being happy in any company and joyful in all action”.

Daarom stel ik je tot besluit twee belangrijke vragen. Gaat jouw vuur harder branden van jouw huidige company & action? Hoe kun jij andermans vuur doen oplaaien?